‘The Substance’-regisseur Coralie Fargeat: ‘Horror is voor mij het beste genre om over te brengen wat ik wil zeggen’
Length: • 7 mins
Annotated by Tomson Darko
The Substance was nog bezig, tijdens de wereldpremière op het filmfestival van Cannes, toen de voltallige zaal zich al gewonnen gaf. De mensen hádden het niet meer. Eerst die collectief aanzwellende bulderlach, toen het gejuich, uiteindelijk dat verlossende applaus. De eerste publieke reactie op de hilarische, onsmakelijke en wonderlijk warmhartige laatste scène van haar film betekende voor regisseur en scenarist Coralie Fargeat (48) een ‘grote emotionele ontlading’.
Zonder op spoilerterrein te belanden: dit is het moment in de film waarop de hoofdpersoon, gespeeld door Demi Moore, na een reeks uitzinnige ontberingen vrede sluit met zichzelf. Hoe dat precies gebeurt, laat zich hier onmogelijk navertellen. The Substance is een film in de categorie: zien om te geloven. Fargeat haalt onhaalbare vrouwelijke schoonheidsidealen op virtuoze en wanstaltige wijze door de gehaktmolen.
★★★★★
‘The Substance’ is een doldrieste nachtmerrie die een knoop in je maag legt: lees hier de recensie
‘Ik voelde dat de mensen in de zaal haar een mooi, rond einde gunden’, zegt Fargeat een dag later, tijdens een interview met de filmpers. ‘Gelukkig, dacht ik, ze omarmen wat ik heb gemaakt.’
Het lef van Demi Moore
Moore (61) geeft in de film haar volledige lijf en leden aan haar rol als Elisabeth Sparkle, een uitgerangeerde filmster die na haar Hollywoodjaren een nieuwe carrière heeft opgetuigd als tv-fitnessinstructeur. In vrijwel elke recensie die daags na de eerste filmvertoning verschijnt, wordt het lef aangestipt waarmee de actrice haar lichaam voor het oog van de camera laat ontleden.
Als Elisabeth ook bij de tv bij het grofvuil wordt gezet, hoort ze over het geheim van de eeuwige jeugd: ze injecteert een gifgroen goedje en krijgt daarmee in de vorm van Sue (Margaret Qualley) beschikking over een tweede, jonger lijf. Maar ze raakt verslaafd aan Sue en ziet toe hoe het nieuwe lijf het oude consumeert. Dat proces wordt zo plezierig, woest, gulzig en onsmakelijk verbeeld dat de film geheide cultstatus te wachten staat.
Het was dus best een risico om The Substance, het Engelstalige debuut van de Française, juist in Cannes voor de leeuwen te gooien. Ze houdt in haar films nou eenmaal van ‘flirten met exces’. Van ‘Grand Guignol’, expliciet bloederige horror die aan het eind van de 19de eeuw zijn oorsprong vond in het Franse theater. ‘Je weet nooit hoe zo’n film valt bij het publiek’, zegt ze. ‘Zeker niet als ze de rest van de dag vooral chique arthousefilms voorgeschoteld krijgen. Accepteren ze de gekte?’ Een paar dagen later, op de laatste festivalavond, werd The Substance zelfs bekroond met de prijs voor het beste scenario.
Te expliciet, te gewelddadig
En dan te bedenken dat Fargeats voorliefde voor het groteske gedurende haar carrière geregeld tegen haar werkte. Al tijdens haar studie aan de prestigieuze filmschool La Fémis in haar geboortestad Parijs werd ze door de docenten gewaarschuwd: haar ideeën waren te expliciet, te gewelddadig. Later, toen ze haar filmprojecten probeerde te financieren, kreeg ze vreemde en verontruste blikken. ‘Alsof ik een alien was.’
Fargeat maakte op genrefilmfestivals én in reguliere bioscopen de tongen los met haar speelfilmdebuut Revenge (2017), een variant op de rape-revenge-film. In de film wordt een jonge vrouw door haar verkrachter voor dood achtergelaten, waarna zij op de bloederigst denkbare wijze wraak neemt. Eerder viel ze op met Reality+ (2014), een Black Mirror-achtige film van 22 minuten die oogt als voorstudie voor The Substance. Een implantaat in de nek zorgt in Reality+ voor een tijdelijk bestaan in het lichaam van een generiek topmodel.
Over de auteur
‘We leven in een wereld waarin we worden geacht te streven naar een betere versie van onszelf’, zegt Fargeat. ‘Reclames, tijdschriften, films en sociale media geven je het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Reality+ en The Substance schetsen een luchtspiegeling. Onzekere personages krijgen een zogenaamde oplossing aangereikt die hun onzekerheid zou moeten verdrijven, terwijl hun zelfhaat alleen maar in stand wordt gehouden – of zelfs wordt vergroot.’ Wie beide films naast elkaar wil houden kan voor Reality+ vanaf donderdag terecht bij streamingplatform Mubi.
Op een dieper niveau duikt haar film in existentiële angsten over onze houdbaarheidsdatum als mens, zegt Fargeat. ‘Het onvermogen te accepteren dat de finish in zicht komt fascineert me. Het zit in onze aard om te proberen het leven op de een of andere manier op te rekken.’
Keuze voor Moore
Ze vertelt hoe vanzelfsprekend het voor haar was om Demi Moore voor de hoofdrol te vragen. Toevallig speelde de actrice ook de hoofdrol in de film waarbij Fargeat als stagiaire haar eerste filmsetervaring opdeed. Passion of Mind (2000) was dat, een in vergetelheid geraakte Amerikaanse romantische thriller die werd opgenomen in Frankrijk, met Moore als vrouw die in haar dromen een dubbelleven leidt.
De actrice glorieerde in de jaren negentig met krachtige rollen in onder meer Ghost, A Few Good Men en G.I. Jane, maar werd voor Passion of Mind genomineerd voor een Golden Raspberry Award – de anti-Oscar – als slechtste actrice van het jaar. Haar Hollywoodcarrière belandde op een zijspoor.
Fargeat zag de actrice jaren later in een nieuw licht tijdens het lezen van haar memoires Inside Out (2019). ‘Ik ontdekte hoe ongelofelijk taai en onverzettelijk ze altijd is geweest. Superinnovatief voor de tijd waarin ze doorbrak: ze koos de ene na de andere rol die het vrouwelijke stereotype kantelde. Die krachtige personages in gesloten mannenbolwerken, in A Few Good Men en G.I. Jane, staan symbool voor haar karakter. Vergeleken met actrices van haar generatie selecteerde ze haar rollen heel gedurfd, out of the box.’
Tijdens hun eerste gesprek wist Moore natuurlijk niets meer van die stagiaire op de set van Passion of Mind. Ze raakte simpelweg onder de indruk van Fargeats scenario. ‘Ik denk dat ze intuïtief aanvoelde dat deze film een geweldige mogelijkheid bood om zichzelf als actrice op een nieuwe manier aan de wereld te laten zien.’
Jezelf geweld aandoen
Op de persconferentie van The Substance stelde Fargeat eerder dat het geweld in de film voortkomt uit bittere noodzaak, omdat de manier waarop vrouwen een onhaalbaar schoonheidsideaal wordt opgedrongen óók gewelddadig is.
‘Elke vrouw die ik ken, heeft op enig moment in haar leven geworsteld met een eetstoornis – of zichzelf op een andere manier geweld aangedaan om aan een of ander beeld te voldoen.’
Ze voelt zich daarover boos tot in haar vezels, zegt ze later in het interview. ‘Als ik over mijn eigen lijf nadenk, herinner ik mij in elke levensfase zelfkritiek; een gedachte dat íéts aan mijn lijf niet mooi of goed genoeg is. Toen ik jong was, vond ik mijn billen en borsten niet goed genoeg. Toen ik eindelijk tevreden was over mijn billen en borsten begon ik rimpeltjes in mijn gezicht te zien. Hoe komt het dat we in een wereld leven waarin vrouwen deze gedachten worden opgedrongen? Die vraag laat me niet los.’
Tegen een mannelijke journalist die zich afvraagt of ze zich voor de dialogen met de tv-baas heeft laten inspireren door een persoon of gesprek in het echte leven: ‘O, ik vrees dat je dit soort misogynie overal kan horen. Toen ik jaren geleden actief werd op sociale media was ik in shock toen ik zag hoeveel mensen zich onder hun eigen naam totaal vrij voelen om de lijven van vrouwen te becommentariëren, om ze te beoordelen op hun mate van seksuele aantrekkelijkheid. Het was gestoord – en het is er bepaald niet beter op geworden.’
‘Ik film voor het lijf, niet voor het hoofd’
Tegelijk spat het plezier van haar film. Met zichtbaar genoegen werkt ze toe naar één grote, langgerekte catharsis. ‘Ik zie The Substance zeker óók als mijn zo puur mogelijke artistieke expressie. Horror is voor mij het beste genre om over te brengen wat ik wil zeggen, omdat het sterk is geënt op instinctieve ideeën, op rauwe, ongepolijste, nachtmerrieachtige verbeeldingen van onze angsten. Je kunt hopelijk lang over mijn films napraten, maar ik maak het tegenovergestelde van intellectuele cinema. Ik film voor het lijf, niet voor het hoofd.’
De regisseur verkeert inmiddels in een groeiend gezelschap van Franse vrouwen die heftige, lijfelijke horrorfilms maken en daarmee maatschappelijke, feministische onderwerpen op de kaart te zetten. Voortrekker is Julia Ducournau, die doorbrak met kannibalenfilm Raw (2016). Haar extatische film Titane (2021), waarin een vrouw een auto baart, werd bekroond met de Gouden Palm. Eerder dit jaar meldde actrice Noémie Merlant zich aan het regisseursfront met Les femmes au balcon, een geestige pulpthriller die ook genre-elementen gebruikt om vrouwelijke schoonheidsidealen te ontleden (later te zien in de Nederlandse bioscopen).
Fargeat heeft een kraakheldere verklaring voor de opkomst van die nieuwe vrouwelijke Franse horrorgolf, maar eerst moet haar iets van het hart. ‘Ik vind het belangrijk te vermelden dat wij nu pas de mogelijkheid krijgen films te maken. We waren er al langer, maar kregen de kans niet. Het klopt dat er de afgelopen jaren in de filmwereld en daarbuiten meer ruimte is ontstaan voor een vrouwelijke blik. Maar deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen. De dominante blik blijft mannelijk. We zijn pas net begonnen met het afbreken van de oude wereld.’
Nu ze eenmaal een voet tussen de deur van de filmindustrie heeft voelt ze zich op haar gemak, zegt ze. ‘De Franse filmgeschiedenis kent een levendige traditie van artistieke, risicovolle auteurscinema. Persoonlijke films, met een duidelijke stempel van de maker.’
Nieuwe Franse horrorgeneratie
Hoe zou ze de stempel van deze nieuwe Franse vrouwelijke horrorgeneratie beschrijven? ‘We geven op uitbundige wijze expressie aan het vrouwelijk lichaam. Voor mij voelt dat volkomen logisch. Er is nou eenmaal veel over onze lijven te zeggen. We doorgaan maandelijks een cyclus die onze lijven en emoties verandert, we zijn in staat met onze lijven nieuw leven te scheppen, terwijl we ondertussen aan de buitenkant moeten voldoen aan allerlei opgelegde standaarden.’
Ze vervolgt: ‘Lichamelijke transformaties, geweld: dit waren meer dan een eeuw geleden ook al belangrijke bouwstenen voor horror. Wij gebruiken dit fundament voor nieuwe, onvertelde verhalen. En ze komen er blijkbaar nogal woest uit, via onze onderbuik.’
Waren er eigenlijk scènes die ze aan het papier toevertrouwde maar die ze bij nader inzien té smerig vond om te verfilmen? Korte stilte. Dan volgt een schaterlach. ‘Euh... Niet echt. Als ik tijdens het schrijven niet enthousiast word van het idee om mijn woorden te verfilmen, dan schrijf ik ze niet. Ik vind niet zo snel iets te smerig.’